Het Prinsenhof en Straatje van Vermeer – onderzoek naar de gang van zaken

prinsenhof1zaterdag 04 februari 2017 14:50

Het was half december 2015 toen de Raad halsoverkop werd gevraagd een aparte vergadering te houden om binnen een paar dagen te besluiten over een extra investering van 2,2 mln voor de beveiliging van Het Prinsenhof. Het werd een roerige vergadering, waarbij wij uiteindelijk wel inhoudelijk akkoord gingen met deze noodzakelijke investering, maar het proces stevig afkeurden met een (niet aangenomen) motie. In die vergadering is terecht besloten tot een onderzoek naar de gang van zaken.   

Ruim een jaar later lag dit rapport er eindelijk en bespraken we het in de commissie en de raad. Hieronder een verslag met drie conclusies.

1. Wethouder had en heeft geen goede controle over wat er bij Het Prinsenhof gebeurt.

Het Prinsenhof kent als museum een zelfstandige positie binnen de gemeente. Het is echter nog steeds een gemeentelijk museum. Hoewel we als CU in principe positief staan tegen een nette verzelfstandiging, geldt tot die tijd dat de wethouder politiek verantwoordelijk is voor wat er gebeurt. Hij kan zich daarbij niet verschuilen achter mandaat dat hij aan een directeur heeft toegekend. En onder andere daar blijkt het stevig mis te zijn gegaan.

Al half oktober 2015 was bij het Prinsenhof bekend dat de beveiliging onverantwoord slecht was, zowel voor de komst van Het Straatje van Vermeer als voor de eigen collectie. En gaandeweg werd de inschatting van de investering die nodig werd geacht om deze situatie te verbeteren steeds hoger. Het duurde echter tot eind november – vlak nadat het verscherpt toezicht van de provincie was vervallen - voordat de wethouder over de situatie werd geïnformeerd. De inschatting van de kosten liepen op van in oktober nog 6 ton naar 9 ton en eind november bleek het zelfs 2.2 miljoen extra te gaan kosten. Consequentie was dat de wethouder niet in positie is gebracht om zijn politieke verantwoordelijkheid waar te maken. Pas begin december kreeg hij en later ook de raad te horen om welk bedrag het zou gaan. De wethouder en na hem ook de raad zijn hierdoor voor voldongen feiten gezet. De promotie rond het Vermeerjaar draaide al op volle toeren en mede daardoor was er haast en moest snel akkoord worden gegeven op een extra investering van 2.2 miljoen.

Wij hebben de wethouder in de commissie gevraagd hoe hij dit in de toekomst gaat voorkomen. Daarop kwam de ontspannen respons dat hij een goed kennismakingsgesprek heeft gehad met de nieuwe directeur en dat ze elkaar goed weten te vinden. Geen woord over een aangescherpte verantwoordelijkheidsverdeling en informatieplicht. Wat de CU betreft mag het allemaal wat minder nonchalant en naïef.

2. Raad is niet tijdig geïnformeerd.

Gevolg van een wethouder die geen controle heeft over het museum is ook dat de Raad niet tijdig geïnformeerd werd. Half oktober werd door het Prinsenhof geconstateerd dat “de beveiliging absoluut onvoldoende is, niet alleen voor de expositie van topstukken, maar ook voor de huidige tentoongestelde collectiestukken". Dat is nogal een constatering als je verantwoordelijk bent voor adequaat beheer van je eigen collectie en binnen enkele maanden een topstuk van Vermeer tentoon wilt stellen. En aangezien een investering op dit vlak pas voor 2018 in de begroting was opgenomen heeft dit direct consequenties voor de begroting nu. Wanneer direct in oktober de wethouder en de Raad meegenomen waren in het voorliggende probleem en varianten waarop dit kon worden opgepakt, dan had er niet halsoverkop in de laatste week voor kerst een voldongen besluit hoeven te worden voorgelegd. Opmerkelijk daarbij is dat er in die vergadering bij herhaling werd aangegeven dat er slechts 2 serieuze varianten waren (kosten 2,0 en 2,2 miljoen), terwijl er nu weldegelijk een derde variant van 1,5 miljoen bleek te zijn. Weliswaar vond de wethouder dit geen goed scenario, maar juist door dit wél met de raad te delen, met de voor én nadelen, kan de raad zelf een goede afweging maken.  De wethouder heeft dit niet gedaan.

3. Gang van zaken zou afgekeurd moeten worden, maar de coalitie laat het erbij zitten

Hiermee is voor ons helder dat de motie van afkeuring die we in december 2015 indienden geheel terecht was. Teleurstellend was de wijze waarop verschillende coalitiepartijen over het rapport oordeelden. Sprak men in december van 2015 nog over “mijn fractie vindt dit schandalig”, “het functioneren van de wethouder beoordelen we bij het onderzoek”, “zolang dat onderzoek er niet is zit de wethouder in een lastige positie”, “De raad is niet tijdig geïnformeerd en dat kan niet”, in januari 2017 is daar weinig van over. Als ChristenUnie hebben we coalitiepartijen hiermee geconfronteerd, maar het bleef bij de constatering dat het onderzoek de feiten helder weergeeft, dat zaken nu eenmaal tijd nodig hebben om te worden uitgezocht en de wethouder verbeteracties heeft beloofd. Onze motie van afkeuring hebben we maar niet opnieuw ingediend, dat zou geen zin hebben. We vinden het jammer dat de raadspartijen niet in gezamenlijkheid een signaal hebben willen afgeven dat we de slechte informatievoorziening in dit dossier afkeuren. Dat is een gemiste kans om helder te maken dat we dit niet nog een keer willen meemaken.

 

Bram Gille en Jabco Vreugdenhil

« Terug