Algemene Beschouwingen

algemene beschouwingen 2017donderdag 26 oktober 2017 22:23

Vandaag, op donderdag 26 oktober, hield Joëlle Gooijer de algemene beschouwingen over de begroting 2018 namens de ChristenUnie. Lees hier haar bijdrage.

Voorzitter,

Daar waar vroeger een stadswal stond om vijanden te weren, ligt nu een tunnel. De trein die eerst op het maaiveld reed, en vervolgens op palen de stad doorkruiste, rijdt nu ondergronds waardoor de stad weer kan worden aangeheeld. En nadat die breuklijn de afgelopen jaren eerst alleen maar toenam, wordt nu de bouwput langzaam gedicht, worden de straten aangelegd en krijgt de Phoenixgracht steeds meer vorm. Vele nieuwe bruggen verbinden binnenstad met buitenwijk en oude wijk met nieuwe wijken. En daar is hard voor gewerkt.

Niet alleen de fysieke bouwput wordt gedempt, ook het financiële gat is langzaam maar zeker weggewerkt. Er komt eindelijk een einde aan de bezuinigingen en er is een structureel overschot – met meer inkomsten dan uitgaven, een beheersbare stadsschuld, ruimte om te investeren en voldoende reserve om de risico’s op te vangen. En ook daar is hard voor gewerkt.

Het college zoekt met de gepresenteerde begroting de balans tussen investeren in de toekomst en de basis op orde. Toch ligt de nadruk van deze begroting wel erg veel op de investeringsagenda Delft 2040. Het college spreekt daarbij over de ongedeelde stad waar mensen, fysieke omgeving en economische motor één geheel zijn. Ongedeeld wordt hier uitgelegd als: je kunt die zaken niet los van elkaar zien. De ChristenUnie onderstreept het belang van een ongedeelde stad – maar dan ook in de definitie van een stad waarin breuklijnen worden geheeld, kloven worden gedicht. Want er zijn niet alleen fysieke scheidslijnen die weggewerkt moeten worden, zoals in de Spoorzone. En er zijn niet alleen nieuwe bruggen nodig over de Schie. Ook over spreekwoordelijke kloven moeten er bruggen gebouwd worden. Soms over nog kleine breuklijnen, soms over diepe kloven. Dat is wat de ChristenUnie betreft de essentie van de ‘basis op orde’: dat we steeds weer op zoek kunnen naar de uitdagingen van de tijd: dat er ruimte is in de programma’s en budgetten om kloven te overbruggen, waar deze zijn of nieuw ontstaan.

Het college vraagt voor het investeringsprogramma Agenda Delft 2040 commitment – omdat projecten soms een lange adem nodig hebben, en niet gebaat zijn bij een wispelturige raad. Dat vraagt van opeenvolgende colleges transparantie en lef: om te staan voor keuzes en deze te verantwoorden. Daar is ook een college voor nodig dat de raad transparant en vroegtijdig betrekt. Alleen dan kun je committment creëren in de raad en vervolgens in de stad. Niet gedreven door angst dat de Raad een plan lek zal schieten of vertragen, maar in het vertrouwen dat de Raad ook de beste projecten wil voor de stad.

En soms is het nodig oude plannen opnieuw tegen het licht te houden. Zoals dat gebeurd is bij de Faraday en Gelatinebrug of de aansluiting van de Martinus Nijhoflaan op de pr. Beatrixlaan. Ooit werd de noodzaak verondersteld. Door o.a. de crisis belandden deze plannen in de ijskast. Nu ze uit de ijskast gehaald worden is het nodig dat de Raad opnieuw wordt meegenomen: welk probleem lost die brug of die aansluiting op? Wat gebeurt er als we het niet doen?

En zo moeten ook steeds weer, binnen de ‘gewone’ begroting keuzes gemaakt worden waar we ons geld aan uit geven. Waar is overheidsingrijpen nodig? Wat kan de samenleving zelf? Als leidraad voor die afweging is het goed om steeds weer te onderzoeken: welke kloven, welke breuklijnen dreigen er te ontstaan als de overheid niet ingrijpt?

Als we dan kijken naar onze stad, anno 2017 en naar de voorliggende begroting, dan signaleren we een vijftal breuklijnen: tussen rijk en arm, tussen ziek en gezond, tussen oud- en nieuwkomers, tussen huidige en toekomstige generaties en tussen binnenstad en buitenwijk.

RIJK EN ARM

De kloof tussen rijk en arm zal er altijd zijn. En politieke partijen verschillen van mening over of en hoe deze kloof overbrugd moet worden. Wat de ChristenUnie betreft is het belangrijk dat we streven naar kansengelijkheid – zodat armoede niet vanzelfsprekend van generatie op generatie doorgaat.
Kansengelijkheid vraagt goed onderwijs in gezonde gebouwen, maar ook het wegnemen van financiële drempels zodat alle Delftse kinderen hun talenten in sport en cultuur kunnen ontplooien. Daarom zijn we blij met het extra geld voor kinderen in armoede.
Kansengelijkheid vraagt van ons goede gemixte wijken met een evenwichtige woningvoorraad. Dat zullen we voor ogen houden als de woonvisie gaat landen in concrete bouwplannen in onze stad.
Kansengelijkheid vraagt een arbeidsmarkt met voldoende banen voor theoretisch geschoolden, maar ook voor praktisch geschoolden.  
We moeten ook zorgen dat mensen een nieuwe kans kunnen krijgen als ze in de schulden komen. We zijn blij met de extra maatregelen die bij de Kadernota al zijn aangekondigd op het gebied van schuldhulpverlening en kijken uit naar de bespreking van de evaluatie van het Delftse beleid dit najaar.

ZIEK EN GEZOND

Het is onze taak een brug te leggen tussen zieken en gezonden: zodat mensen ondanks hun ziekte of handicap zoveel mogelijk kunnen participeren (meedoen) in onze samenleving. Het is mooi dat Delft een gouden keurmerk heeft gekregen voor het Sociale Domein. En we onderstrepen dat er veel goed gaat. Dat betekent echter niet dat we achterover kunnen leunen: steeds weer moeten we op zoek naar de barrières die geslecht moeten worden. Zo kunnen we meer doen voor inwoners die steeds meer moeite hebben met de stijgende zorgkosten. Daarom zullen we komen met voorstellen voor compensatie van het Eigen Risico en daarom hebben we het debat over de Eigen Bijdragen Wmo geïnitieerd. De ratificatie van het VN Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap is een belangrijke stap in het dichten van de kloven die mensen met een handicap ervaren. We wachten met spanning de – voor het 3e kwartaal geplande – lokale inclusieagenda af die het gevolg is van onze motie in 2016.

OUD EN NIEUWKOMERS

Het is ook nodig Bruggen te bouwen tussen oud- en nieuwkomers. Een goede integratie is van levensbelang. En we mogen ons gelukkig prijzen met initiatieven vanuit de samenleving. Waar mensen de verbinding zoeken – Bruggen Bouwen. Een Delftse Buur willen zijn. Voor de overheid is het de taak om mensen te ondersteunen in hun integratie – met taalonderwijs op niveau, met begeleiding naar passend werk. Zodat we mensen niet afschrijven maar een nieuwe kans te geven om met ons te bouwen aan die ene Delftse samenleving.

OUD en JONG

Om de kloof tussen jong en oud te dichten is het nodig om te investeren in scholen én woningen voor ouderen. Om te zorgen voor studentenwoningen én een omzettingsvergunning. De verantwoordelijkheid die we hebben richting toekomstige generaties vraagt dat we nu fors investeren in Delft Energieneutraal. Daar dreigt een kloof tussen ambities en geld.

BINNENSTAD en BUITENWIJK

Teveel wordt er een kloof ervaren tussen binnenstad en buitenwijken. Bijvoorbeeld door het onderhoudsniveau, dat in de wijken om het centrum echt te laag is geworden. Met fysieke maatregelen, met voldoende voorzieningen in de wijken en een goed onderhoudsniveau moeten we als overheid investeren in de hele stad. Want of je nu woont in Tanthof, in de Kuiperwijk in het Heilige Land of de Binnenstad: we wonen in een stukje van die ongedeelde stad Delft.

Laten we dus steeds op zoek gaan naar de breuklijnen – en bruggen bouwen. Spreekwoordelijke bruggen met namen als Kansengelijkheid, Integratie of Inclusie. In de begrotingscommissies zullen we daarover met concrete voorstellen komen.
En laten we in al onze planvorming voorkomen dat (al is het maar in de beeldvorming) het college een superluxe brug neerlegt voor toeristen, voor bedrijven en de TU Delft, maar een armzalige ophaalbrug blijkt te gebruiken voor haar eigen inwoners, voor verenigingen en initiatieven uit de samenleving. Een ophaalbrug die elk moment kan worden opgehaald.

Want er gebeurt veel moois in de samenleving: mensen zoeken verbinding, zorgen voor elkaar, maken de stad een stukje mooier. De overheid mag die ruimte geven aan de samenleving, maar kan dat wel stimuleren en soms ondersteunen met geld. Nu er weer financiële ruimte is, vraagt de ChristenUnie zich af of we daarin - via subsidies aan verenigingen of initiatieven -niet meer moeten doen.

Voorzitter, nog krap vijf maanden, en dan zijn de verkiezingen. Wij hebben drie en een half jaar geleden het vertrouwen gekregen van onze burgers: om samen de stad te besturen. Toch zien we ook in deze raad breuklijnen: tussen partijen, maar vooral ook tussen coalitiepartijen en oppositiepartijen. We hebben geprobeerd om bruggen te slaan tussen coalitie en oppositie (bijvoorbeeld door het amendement Raadsonderzoek naar de financiële situatie) en door de meedenkbegroting van vorig jaar. We zijn blij dat maatregelen die we daarin voorstelden – de OZB-verlaging, meer geld naar handhaving, naar het onderhoud van de openbare ruimte, meer geld voor kinderen in armoede en voor de Buitenhof – dat deze maatregelen nu wel in de begroting zijn opgenomen, dankzij een constructieve samenwerking in de aanloop naar de Kadernota.

We hebben hier in deze zaal een voorbeeldfunctie. We hebben in dit land de prachtige vrijheid om met elkaar van mening te verschillen. Ook over wat het goede is voor deze stad. Én we kunnen laten zien dat je met een debat daarover tot goede voorstellen kan komen en tot breed gedragen compromissen. Van ons wordt gevraagd om over politieke scheidslijnen heen steeds weer de brug te slaan en niet op ons eiland van eigen gelijk te blijven staan.

Daarom ben ik ook trots op het vandaag beëdigde kabinet, niet zozeer omdat de ChristenUnie meedoet, maar omdat vier heel verschillende partijen laten zien dat ze over hun partijbelang heen willen stappen om dit land dienstbaar te regeren en omdat ze in de formatie echt op zoek gingen naar wat de ander drijft. Dat is de werkelijke waarde van democratie. Niet dat de helft plus één de macht heeft.

Voorzitter, ik kom tot een afronding. Later dit jaar komen we nog te spreken over het Prinsenhof. Dit jaar schafte het museum een schilderij aan: de droom van Jacob. Mij fascineerde het: waarom wilde de Delftse burgemeester Joost Jacobz van Adrichem in 1605 dat de Delfste schilder Cornelis Jacobsz Delff een viertal schilderijen van deze Bijbelse figuur maakte? Deze schilder vervaardigde tot dan toe vooral keukenstillevens…  Ik heb het antwoord niet kunnen vinden. Misschien heeft het een hele pragmatische reden, of kwam het door hun naam: beide heren heetten immers: Jacobsz – waren zonen van een Jacob. En ach, laat ik nu ook een dochter zijn van een Jacob…

Hoe dan ook: Ook dit schilderij mag ons te denken geven: welke boodschap wil de schilder meegeven? Wat is er zo boeiend aan het verhaal van de Droom van Jacob dat hier is afgebeeld? We zien hier hoe God een kloof overbrugt: er komt een trap uit de hemel waarlangs engelen neerdalen en opstijgen. Het is geen succesvol figuur, die Jacob, naar wie hij afdaalt. Nee, het is een bedrieger, die zijn vader heeft voorgelogen om de zegen te krijgen die Izaäk wilde geven aan zijn oudste broer Ezau. En nu is Jacob op de vlucht, voor wraakzucht van zijn eigen tweelingbroer. Later, ja later wordt deze Jacob de stamvader van een groot volk –en krijgt hij de naam Israël. Maar hij heeft dan nog veel te leren. Maar juist nu, op dit dieptepunt van zijn leven, slaat God de brug – en zegt: “Ik wil je nabij zijn”. Dat is de kern van het evangelie. En door dát evangelie willen we ons juist ook in de politiek laten inspireren: om steeds weer de brug te slaan naar de ander – die niets meer of minder is dan wij.

Voorzitter ik roep u, het college en ons als Raad op om zo bruggenbouwers te zijn in onze prachtige stad! Ik wens u en ons allen daarbij veel wijsheid en Gods zegen!

« Terug

Archief > 2017

december

november

oktober

september

juli

juni

maart

februari

januari