Lessen uit het Onderzoek Grote Projecten

tegeltjesdinsdag 31 januari 2017 20:30

Wat kunnen we in Delft leren van de drie grote projecten, die Delft financieel in zwaar weer hebben gebracht? Deze vraag houdt de gemeenteraad nu al enige tijd bezig. Onlangs werd het vervolgonderzoek Grote Projecten afgerond en op 26 januari besprak de Raad dit onderzoek.

Vorig jaar lag er een feitenrapport over de drie grote projecten: Harnaschpolder, St Sebastiaansbrug en de Spoorzone. De oppositiepartijen wilden een vervolg via een raadsenquête. We hebben als fractie gepleit voor dit instrument vanwege de duiding van de feiten (het waarom), de verantwoording (essentieel in een democratie) en de ‘zelfreinigende werking’ van een enquête. De coalitiepartijen vonden echter dat we met de feiten genoeg wisten, en wilden vooral toewerken naar een Regeling Risicovolle Projecten. Er kwam op ons verzoek een compromis: wel een vervolgonderzoek, met interviews zoveel mogelijk in de openbaarheid. 

In de afgelopen maanden zijn ambtenaren en bestuurders geïnterviewd. Deze gesprekken hebben meer inzicht gegeven in de overwegingen – waarom bepaalde besluiten genomen zijn. Vrijwel alle fracties erkenden gisteren de meerwaarde van dit vervolgonderzoek. Betrokken ambtenaren en bestuurders hebben het ook prettig gevonden zich te verantwoorden: uit te kunnen leggen hoe het gegaan is, waarom ze bepaalde beslissingen hebben genomen. Dat was precies wat we een jaar geleden beoogden, toen we aandrongen op een vervolgonderzoek.

We zijn dankbaar voor de vele uren die de onderzoekscommissie gestoken heeft in dit onderzoek, de voorbereiding, de interviews, de duiding en de oplevering van een overzichtelijk rapport. Het rapport legt bloot waarom er dingen mis zijn gegaan in de drie grote projecten, en wat we daar vervolgens van moeten leren.

Alles overziend, levert het onderzoek, wat de ChristenUnie betreft een aantal leerpunten op:

  1. De Raad moet kritisch blijven. Naar minderheidsstandpunten moet worden geluisterd, ook als deze op een minder prettige manier geuit worden.
  2. Haast is een slechte raadgever.
  3. Wanneer een wethouder een lobby voert namens Delft, hoeft dit niet te betekenen dat er geen kritische geluiden mogen klinken in de raadszaal. Het is onzin dat daardoor de onderhandelingspositie van de gemeente wordt ondergraven. Besluiten worden bij meerderheid, maar soms na stevige debatten, genomen.
  4. Erken je kracht als stad, maar ook je beperkingen. Durf tijdig hulp in te roepen van buurgemeenten met verstand van zaken (bijv. contracten) zoals Den Haag en Rotterdam.
  5. Informatievoorziening aan de Raad mag nooit afhankelijk zijn van de sfeer. De Raad moet erop kunnen vertrouwen dat het college haar actief informeert.
  6. Er is geen Go voor een project, tenzij de raad zich daar expliciet voor heeft kunnen uitspreken. Bij dit moment kunnen afspraken gemaakt worden over de informatievoorziening aan de Raad en de speelruimte die de raad later in het proces nog heeft.
  7. Iedereen kan wethouder worden. Dat betekent dat wethouders moeten durven erkennen dat ze niet alles weten en dus ook fouten kunnen maken – zeker in dergelijke complexe projecten.

Het onderzoek Grote Projecten kan worden afgerond. Het is zaak dat de lessen die eruit geleerd kunnen worden, doorleefd worden door raad, college en ambtenaren. Niet alleen nu, maar ook in de toekomst. Dat kan door een goede regeling Risicovolle Projecten, die de komende tijd door college en raad wordt uitgewerkt, maar ook door regelmatig stil te staan bij de mechanismen die er speelden – en nog steeds spelen – in de raad, in het college, in de samenwerking tussen mensen. Dat leren we uit deze onderzoeken. We zijn daarbij dankbaar dat er na dit vervolgonderzoek in de raad grote overeenstemming is over de duiding van de grote projecten. Ook die eensgezindheid heeft meerwaarde.

Joëlle Gooijer
fractievoorzitter

Na het feitenonderzoek konden alle fracties vervolgvragen aanleveren voor het vervolgonderzoek. We hebben als ChristenUnie vooral vragen gesteld naar het waarom van bepaalde ‘verkeerde’ besluiten. Hieronder staan er een paar, gevolgd door wat het vervolgonderzoek daarin heeft opgeleverd.

A. Waarom wordt een tweede aanbesteding van de Sebastiaansbrug doorgezet, ondanks een duidelijk negatief advies van de ambtenaren? 

Haastwerk lijkt de grootste reden. We vinden het jammer, en ongeloofwaardig dat oud-wethouder Koning zich niet meer kan herinneren wat haar overwegingen waren om de aanbesteding toch door te zetten. Haastige spoed is zelden goed, dat bewijst dit dossier zeker. Want het heeft geleid tot meer vertraging en geblunder.

Intussen wordt ‘het momentum’ nog steeds gebruikt om de Raad onder druk te zetten om met spoed een besluit te nemen; kijk maar naar de beveiligingskosten van het Prinsenhof, eind 2015.

B. De raad is voorgehouden dat de keuze voor een tafelbrug extra kosten voor Delft met zich meebracht, terwijl dit helemaal niet goed onderzocht/ onderbouwd was. Hoe kijken betrokkenen (provincie en gemeente) daarop terug? 

Deze vraag is niet letterlijk zo beantwoord, maar uit de verhoren komt wederom een beeld naar voren van een blunderdossier. Zo blijkt dat de samenwerking tussen betrokken ambtenaren en bestuurders niet goed was. Er was geen overeenstemming en onvoldoende inzicht in elkaars belangen en verwachtingen. De gemeente Delft was tegelijk niet kritisch genoeg tegenover de provincie die stelde dat doorrekeningen van de tafelbrug en de basculebrug meerkosten van 5 mln voor de tafelbrug aantoonde. De gemeente Delft heeft door zelfopgelegde tijdsdruk vervolgens deze meerkosten op zich genomen. We zijn blij dat we in het rapport lezen dat één bestuurder excuus heeft gemaakt (mw. de Bondt, gedeputeerde bij de Provincie) erkent dat er al vroeg over de Tafelbrug gesproken is zonder doorrekening van die variant. Jammer dat we niet meer excuses lezen van (oud) bestuurders. We weten immers dat het complexe projecten waren, dat er feilbare mensen aan werken en dat natuurlijk niet alles goed gaat. Blijkbaar is het toch moeilijk om dat te erkennen.

C. Waarom is de raad op een aantal cruciale momenten niet geïnformeerd?

We vinden het heftig om in het rapport, op basis van de interviews te lezen dat er onvoldoende vertrouwen was van het college in de Raad om informatie te delen. Daarmee heeft het college van 2006 – 2010 op een aantal momenten zich niet gehouden aan de actieve informatieplicht. Democratie werkt op basis van vertrouwen. Vertrouwen van burgers in politici, van raad in college (dat de raad volledig en juist geïnformeerd wordt), en van college en ambtenaren in elkaar. Dit vertrouwen was in die periode blijkbaar ver te zoeken.

We kunnen tevreden zijn dat dit nu beter gaat, maar dat is en blijft niet vanzelfsprekend. We hebben het huidige college bevraagd of ze de werkwijze van hun voorgangers van 2006 tot 2010 afkeuren. Wethouder Harpe vond het moeilijk om deze afkeuring uit te spreken, maar erkende uiteindelijk dat veel dingen niet goed zijn verlopen. En hij betoogde dat ze het nu in elk geval anders/ beter doen. We begrijpen niet waarom het zo moeilijk is om de handelwijze van vorige bestuurders af te keuren.

D. Waarom was de raad te passief en te weinig kritisch?

In de periode 2006-2010 waren ambtenaren onbenaderbaar. Daarbij kwam dat raadsleden de grote projecten niet konden doorgronden (onvoldoende kennis en/of tijd). Gelukkig heeft raadslid van Tongeren in 2007 het initiatief genomen om de informatievoorziening aan de Raad te verbeteren. Sindsdien is er veel verbeterd. Zo wordt er nu bijvoorbeeld gewerkt met technische sessies om het kennisniveau van raads- en commissieleden te verbeteren.

Omdat er bij deze projecten nooit een duidelijk Go/No Go moment was, was het lastig om bij de start afspraken te maken over de behoefte aan informatievoorziening aan de Raad.

Het dossier ‘bevaarbare Phoenixgracht’ wordt in het rapport geduid als een voorbeeld van een raad die onvoldoende kennis had van de risico’s en zich daarom teveel gelegen liet liggen aan de publieke opinie. Wij zien het echter als een testcase, waaruit bleek dat de Raad eigenlijk ongemerkt buitenspel was komen te staan, dat er ongemerkt een moment gepasseerd was waarna de Raad geen invloed meer had op de inhoud van het project.

Bij volgende (grote) projecten is het de kunst om het Go/ No Go moment beter te markeren, waardoor er op dat moment afspraken gemaakt kunnen worden over de informatievoorziening en de speelruimte die de raad daarna nog heeft (of niet meer heeft).

E. Waarom werd, ondanks ambtelijk advies het weerstandsvermogen niet verhoogd?

Er was te veel een cultuur van ‘dat rooien we wel’. Er was onvoldoende aandacht voor risico’s, en er werd niet getwijfeld aan ooit vastgestelde uitgangspunten (bijv. de grondopbrengsten Harnaschpolder). Ook blijkt Delft zich vaak te groot voor te doen. De ambities waren vaak een maatje te groot voor Delft. We zijn Den Haag of Rotterdam niet, hebben niet alle expertise in huis.

 

« Terug