Provinciale verkiezingen én raadswerk

donderdag 03 maart 2011 22:05

Gisteren stond in het teken van de Provincies en de Eerste Kamer. Voor de ChristenUnie betekent het verlies. Ik ben er zeker van dat de ChristenUnie vertegenwoordigers in de provincies én in de Eerste Kamer, ongeacht hun grootte, constructief zullen blijven bijdragen aan het bestuur van dit land. Het minderheidskabinet zal waarschijnlijk ook in de Eerste Kamer moeten zoeken naar steun van andere partijen. Dit kan interessante politiek opleveren. André Rouvoet heeft zijn hand in het NOS debat daartoe weer uitgestoken. Ik ben blij met zijn opstelling. En ik kan me oprecht verbazen over een toespraak van linkse politici die er opuit zijn om het kabinet zo snel mogelijk te laten vallen en nieuwe verkiezingen uit te laten schrijven. Alsof dat in het landsbelang is.

Op de dag na de Provinciale Verkiezingen blik ik toch ook terug op de raadsvergadering van vorige week donderdag. De plaatselijke kranten schreven er veel over. Zo trok de VVD de aandacht met haar pleidooi voor cameratoezicht in het uitgaansgebied. Dat is geen nieuw verhaal van de VVD. Met verve werd het weer eens voor het voetlicht gebracht. Cameratoezicht is toegestaan, mits voldaan wordt aan voorwaarden betreffende proportionaliteit en noodzaak. Volgens dit college zijn beide zaken niet aantoonbaar in het uitgaansgebied. Met de voorliggende nota werd geprobeerd dit aan te tonen met feiten. Mijn overtuiging is dat de beoordeling van proportionaliteit en noodzaak uiteindelijk een politiek (en geen feitelijk) oordeel blijft. De ChristenUnie is terughoudend met cameratoezicht, alleen als andere maatregelen niet effectief zijn, en daarom ben ik het eens met het politieke oordeel van het college op dit vlak. Het belangrijkste argument in het raadsvoorstel om geen camera’s maar toezichthouders in te gaan zetten tijdens uitgaansuren was echter dat het financieel niet haalbaar was om camera’s flexibel in te zetten binnen het gereserveerde budget. Daarom wil het kabinet het beschikbare geld inzetten voor toezichthouders tijdens de uitgaansuren. De VVD had een motie ingediend om dan tenminste politieagenten in te zetten in plaats van toezichthouders. We hadden aan de ambtenaren navraag gedaan, waaruit bleek dat politieagenten niet gegarandeerd ingezet kunnen worden in de uitgaansgebieden, omdat ze altijd weggeroepen kunnen worden voor andere calamiteiten. Daarom steunden we uiteindelijk het raadsvoorstel. Volgend jaar wordt het geëvalueerd. We zijn benieuwd.

Lang praatten we ook over de vaststelling MER Delft Zuid-Oost. In de MER is beschreven welke effecten de ontwikkeling van maximaal 4800 woningen in de toekomst op dit gebied hebben en welke maatregelen er noodzakelijk zijn om de leefbaarheid van het gebied te waarborgen. Over de MER en de tot stand koming ervan was iedereen positief. Burgers en andere belanghebbenden waren lovend over de wijze waarop ze betrokken waren in het proces. De discussie in de raad ging over de vervolgstappen tussen de MER (het technisch kader) en de uiteindelijke bestemmingsplannen. Een belangrijke discussie zal volgen rondom de herijking van het Lokaal Verkeers en Vervoers Plan (LVVP). Maatregelen op dit terrein zij noodzakelijk om knelpunten het gebied Delft Zuid-Oost op te lossen, en ook te toekomstige ontwikkelingen mogelijk te maken. De SP had een motie ingediend om een werkgroep af te dwingen met belanghebbenden om de ontwikkelingen van het gebied verder te doordenken en adviezen te geven. Een sympatiek idee. Toch hebben we de motie niet gesteund. We vertrouwen de wethouder dat hij ook in het vervolg de belanghebbenden er voldoende bij blijft betrekken. Dat hoeft niet via een werkgroep. Temeer omdat een werkgroep niet, zoals een stadsbestuur, alle belangen kan afwegen. Keuzes voor Delft Zuid-Oost hebben immers ook effect op de rest van de stad. Ik heb aangegeven dat de discussie over het LVVP volgende maand nog spannend wordt, omdat er waarschijnlijk geen geld over blijft voor de rest van de stad als alle maatregelen voor Delft Zuid-Oost worden uitgevoerd. Dat kan een legitieme keus zijn, maar moet wel zorgvuldig worden gewogen.

Op mijn initiatief stond ook het Glazen Huis initiatief nog even op de agenda. Ik heb lang geaarzeld of mijn zorgen via de raadsagenda aan de orde gesteld moesten worden. Er lag geen raadsvoorstel waarover gestemd moest worden, er lag alleen een notitie van een initiatiefgroep uit de stad. Na de commissiebehandeling was voor mij echter erg onduidelijk welke verantwoordelijkheid het college draagt ten aanzien van het uitbrengen van het bidbook aan 3FM. Daarom heb ik tijdens de raadsveragering de wethouder gevraagd of de handtekening van het college onder het bidbook komt. Het antwoord was nee. Ik had namelijk mijn zorgen over het overleg met de Nieuwe Kerk. Eén van de knelpunten die de initiatiefgroep had benoemd, betreft de Kerstnachtdienst, die gaat samenvallen met een slotfeest op de markt als het glazen huis naar Delft komt. De initiatiefnemers hadden tijdens de commissievergadering al aangegeven dat ze tot dan toe alleen met het hoofd Oude en Nieuwe Kerk hadden gesproken, maar dat nader overleg met de kerkraad nodig was. Een week voor de raadsvergadering bleek mij dat dit overleg nog niet had plaatsgevonden. Daar maakte ik me zorgen over, temeer omdat in de stukken al wel werd geconcludeerd dat er voor de kerstnachtdienst wellicht een andere plek of manier gevonden moest worden. Een voorbarige conclusie als daar nog niet met de juiste personen over is gesproken. Door wat mails en telefoontjes was het overleg in de week voor de raadsvergadering wel tot stand gekomen. Graag wilde ik in de raadsvergadering van de wethouder horen wat de stand van zaken van dit overleg was. Temeer omdat het college wel had aangegeven dat zij fiat van de kerk noodzakelijk achtte. In antwoord op mijn vraag heeft de wethouder aangegeven dat in Den Bosch ook een kerstnachtdienst heeft plaatsgevonden en dat dit niet tot problemen heeft geleid. Ik ben er met haar van overtuigd dat er oplossingen gevonden kunnen worden, mits er tijdig met de juiste personen overlegd wordt. Ik ben blij dat het contact inmiddels gelegd is. En zal het vervolg met grote belangstelling volgen.

Tenslotte was een afrondend debat geagendeerd naar aanleiding van het enqueteverzoek van dhr. Stoelinga betreffende de gondelaffaire. Een vreemd debat omdat Leefbaar Delft en Onafhankelijk Delft de vergadering verlaten hadden. Op hun websites wordt dit ongetwijfeld toegelicht. Toch is het goed dat er in de vergadering een voorstel is aangenomen waarmee in de toekomst hopelijk voorkomen kan worden dat een dergelijke kwestie politiek gezien zo uit de hand loopt. Verder heb ik mijn bijdrage erg kort gehouden. Ik sta te ver van het onderwerp af om er al te zinnige dingen over te kunnen zeggen.

Onlangs spraken we, ook naar aanleiding van deze kwestie, in een aparte bijeenkomst over ‘integriteit’ en over de nu geldende gedragscode. Op de stelling: “overtredingen van de gedragscode moeten altijd eerst in de raad aan de orde worden gebracht” heb ik gezegd dat er wat mij betreft een stap aan vooraf gaat. Dat betreft een bijbelse lijn: praat eerst met de persoon die volgens jou in overtreding gaat. Dit werd breed gedragen door de aanwezigen. Dit geldt echter niet alleen voor het aan de orde stellen van vermeende corruptie, zoals in het geval van de gondelaffaire. Wat mij betreft geldt dit net zozeer voor de partijen die hedentendage op hun websites of buiten de raadszaal dingen zeggen die te ver lijken te gaan. We moeten als raad voorkomen dat we praten over integriteit en over de gedragscode alsof dat alleen andere partijen aangaat. Zelf moeten we ons handelen ook voortdurend blijven toetsen.

Joëlle Gooijer - Medema

« Terug