Algemene Beschouwingen 2014

DSCF2312.jpgvrijdag 28 november 2014 09:05

In de Delftse Raadsvergadering van 27 november 2014 werden de Algemene Beschouwingen gehouden. Dit zijn de woorden die fractievoorzitter van de ChristenUnie Joëlle Gooijer voordroeg.

Voorzitter

Delft; Je zult er maar wonen.

Laatst fietste ik met mijn 8 jarige zoon door het centrum. Het wemelde er, zoals steeds vaker, van de toeristen. Mijn zoon realiseerde het zich waarschijnlijk voor het eerst van zijn leven, toen hij zei: “mama, wij hebben eigenlijk wel geluk. Want wij wónen in Delft.” Ja, dacht ik, “je hebt gelijk”. Van over de hele wereld komen mensen onze stad bekijken. En wij wonen hier gewoon. Wat een voorrecht.

Als ik mijn algemene beschouwingen schriftelijk had afgeleverd, wat sommige fracties zouden willen, zouden de meeste mensen mijn eerste woorden waarschijnlijk meewarig hebben gelezen: “Delft, je zult er maar wonen…”. We zijn landelijk nieuws vanwege de begrotingsperikelen. We hebben torenhoge schulden. We zijn inmiddels een van de duurste gemeenten wat betreft lokale lasten. We kennen geklungel rondom contracten, vergunningen en aanbestedingen van een brug. We moeten opnieuw fors bezuinigen. Desondanks hebben weeen gapend gat in de begroting. We zitten inderdaad in een lastig parket. Ik ben vanavond niet de eerste die daarop wijst.

Voorzitter, de toeristen die we dagelijks in onze stad zien, komen hier voor onze geschiedenis. Die geschiedenis die mooie sporen nalaat in onze stad, denk aan het erfgoed. Maar ook een geschiedenis die bepalend is voor waar we nu staan als stad en land. Die ons lessen kan leren. Ik wil met u vanavond eens kijken naar twee beroemde delftenaren waar we een standbeeld van hebben staan in ons centrum.

Allereerst: onze vader des Vaderlands: Willem van Oranje. Zijn standbeeld staat bescheiden opgesteld in de tuin van het Prinsenhof. Hij was van grote invloed op de ontwikkeling van onze natie. Van groot belang vanwege zijn strijd voor  ‘de vrijheid van geweten’ – daarover later meer. Maar zijn leven was geen succesverhaal. Zijn strijd tegen de spanjaarden een moeizame.

[Wist u overigens dat Willem van Oranje weinig steun van het Nederlands volk had? Tot de Spanjaard Alva zo dom was om een belasting van 10% op vermogens in te voeren. Toen waren de rapen gaar, en kwam er een volksopstand, waardoor Willem van Oranje eindelijk terrein won. U ziet dus college, waar belastingverhoging toe kan leiden…]

Een ander standbeeld kunt achter mij op de markt zien staan: dat van Hugo de Groot. Een Delfts wonderkind; een Rechtsgeleerde. Vooral beroemd geworden vanwege zijn gevangenschap in Loevestein, niet echt het hoogtepunt uit zijn leven. Maar al met al van grote waarde voor onze hedendaagse wereld: Hij dacht en schreef over terreinen van het leven waar geen Recht voor bestond: Hij schreef over het recht der zee, waarmee hij de basis legde voor de vrijhandel. En hij schreef een dikke verhandeling over het Recht van Oorlog en Vrede, waarmee hij de basis heeft gelegd voor het hedendaagse volkenrecht en de Verenigde Naties.

Ik weet weinig van de geschiedenis af, maar weet wel dat deze mannen fouten hebben gemaakt, vijanden hadden, vele tegenslagen te verwerken hebben gekregen, en niet de successen behaalden waar ze van droomden… En toch konden ze veel betekenen.

Anno 2014 staan we als Delft op een lastig punt in onze geschiedenis. We hadden hier liever niet gestaan in deze omstandigheden. We hebben het gevoel dat voorgangers verkeerde beslissingen genomen hebben, dat het rijk ons opzadelt met taken, zonder ons daar genoeg geld voor te geven. Maar we kunnen aan deze erfenis nu niets aan veranderen.  Ook niet door te roepen dat wij het anders gedaan zouden hebben als wij in het college hadden gezeten.

We kunnen er wel proberen lessen uit te trekken. En intussen is het onze taak om oplossingen te zoeken. Om als kleine overheid met minder financiele middelen te bouwen aan een sterke samenleving. De boodschap die de laatste jaren vaak klinkt, is dat mensen teveel afhankelijk zijn geworden van de overheid. Mensen moeten meer op eigen kracht komen. Moeten participeren. Dat is goed bedoeld. Maar klinkt veel mensen toch koud en te makkelijk in de oren.

De ChristenUnie erkent dat in elke samenleving mensen in essentie van elkaar afhankelijk zijn. Juist in de zorg voor elkaar komen mensen in de samenleving tot hun recht. De boodschap van de overheid aan de samenleving moet niet zijn: wordt eens minder afhankelijk. Maar moet zijn: hoe kunnen wij dienstbaar zijn aan de zorg die u elkaar geeft. De overheid is er om recht te doen én om te zorgen voor wie niet gezorgd wordt.

 Hoe zorgen we er als overheid voor dat de samenleving, die geënt is op onderlinge afhankelijkheid, tot bloei komt? Wat de CU betreft: door ruimte te geven. In de samenleving  zijn mensen in vele verbanden actief en nemen daarin verantwoordelijkheid om voor elkaar te zorgen. Of dit nu is als mantelzorger, of als coördinator van de jongste jeugd bij de hockeyclub. Beide taken zijn nodig om de samenleving te laten functioneren. In het buurthuis, achter de voordeur, bij verenigingen, in de kerken, op talloze plekken nemen mensen de verantwoordelijkheid om mooie dingen voor onze Delftse samenleving te bereiken.

Daarom moeten we er als overheid voor zorgen dat mensen in onze stad het Recht op verantwoordelijkheid hebben of krijgen. Dat kan op verschillende manieren. Via een PGB, via het Recht om Uit te dagen (vgl. Right to challange zoals vaker genoemd vanavond). Via een familiegroepsplan waar de CU zich landelijk en hier in Delft hard voor heeft gemaakt. Maar ook door vrijwilligersorganisaties zeggenschap te geven over beleid (zoals in de schuldhulpverlening).

De ChristenUnie pleit dan ook om niet te spreken over de Participatiesamenleving, maar over de Coöperatiesamenleving. Om daarmee aan te geven dat we niet willen dat mensen mee doen met wat de overheid bedenkt. Maar dat de overheid in staat stelt dat mensen zelf organiseren wat er nodig is.

De taak van de overheid is bescheiden, maar niet onbelangrijk. We moeten zorgen dat er Recht wordt gedaan. En dan denk ik weer aan Hugo de Groot: onze rechtsgeleerde, die nadacht over terreinen van het leven waar nog geen recht voor bestond. Ook wij hebben de verantwoordelijkheid om in alle nieuwe taken, zoals de decentralisaties, na te denken over recht.

Dat hebben we gedaan door het vaststellen van verordeningen. Hoever deze juridische taal ook af lijkt te staan van de dagelijkse zorgen die mensen hebben over hun dementerende partner, of hun ontspoorde zoon. Het is noodzakelijk om rechten vast te leggen. Daar zijn wij als Raad ook verantwoordelijk voor. Juist nu het veel en moeilijk is.

Nu we financiëel onder water staan, dwingt ons dat ook om rondom deze begroting grondig te doordenken wat rechtvaardige principes zijn. Wat is een aanvaardbaar minimum? Hoe verdelen we de pijn: tussen bewoners met veel en met weinig inkomen. Tussen inwoners en bezoekers? Tussen nu en de toekomst? Daar moet het debat de komende maand over gaan. We doen alvast een kleine voorzet:

  • Het Rijk heeft het hek om de decentralisatiebudgetten weggehaald. Nu Delft zo fors moet bezuinigen, ligt voor de hand om ook uit die middelen te putten. Het college doet dit gelukkig niet, maar kiest ervoor om in elk geval de komende drie jaar de budgetten voor jeugdzorg, re-integratie en zorg te reserveren voor die taken. Wat de ChristenUnie betreft is dit heel belangrijk en doet dit recht aan de burgers van de stad die dit hard nodig hebben;
  • Is het fair om de boodschap uit te dragen in de stad dat organisaties niet zo subsidieafhankelijk moeten zijn, terwijl de gemeente tegelijkertijd maximaal gebruik maakt van combinatiefunctionarissen omdat ze daar 50% subsidie op ontvangt? Andere steden kiezen voor minder inzet, en gelet op ons gat in de begroting, is dat legitiem
  • Is het in dat zelfde perspectief legitiem om een subsidioloog aan te stellen ?
  • Vrijwel alle leges stijgen maximaal met het inflatiepercentage. Behalve de leges voor een gehandicaptenparkeerplaats: die stijgen met 22%. Is dat terecht?
  • Het college kiest er (nog) niet voor om de toeristenbelasting te verhogen. Maar de OZB gaat wel omhoog. Burgers betalen wel, toeristen niet. Is dat legitiem?
  • Dit college kiest er nu wel voor om te bezuinigen op de kenniseconomie. Dat doet ze niet graag, maar vanuit het besef dat alle beleidsterreinen moeten bijdragen aan de enorme bezuinigingsopgave. Daar staan we van harte achter. Maar toch steekt die €200.000,-mager af bij de €400.000,- die het college op de bijzondere bijstand wil bezuinigen. Of tegen de €600.000,- (de verdubbeling van bezuinigingen) die het college aanvullend op DOK en VAK oplegt.

Recht doen. Ga er maar aan staan. Wij staan ervoor, de komende weken. En dat is nog niet zo makkelijk. Maar het standbeeld van Hugo de Groot mag ons er elke keer dat we het stadhuis inlopen of verlaten, aan herinneren dat dit onze roeping is in het stadhuis.

Het beeld van Willem van Oranje komen we niet zo snel tegen. Verdekt opgesteld in de tuin bij het Agathaplein. Hij heeft onder meer strijd gevoerd om ‘vrijheid van geweten’. Hij besefte toen al heel goed dat er in een samenleving ruimte moet zijn voor verschil.

En dat is niet makkelijk. Ook niet (of vooral niet) voor een overheid. Toch is het, wat de ChristenUnie betreft de essentie van een gezonde samenleving; dat er ruimte is voor verschil. Dat is inherent aan het overdragen van verantwoordelijkheden. Dat rijmt niet altijd met onze hang naar efficiëntie en prestatiemeting.

Over meten gesproken. Het meetbare bestuursprogramma is niet echt een document om blij van te worden. Doelen die gesteld worden blijken geen ambitie uit te stralen. Op vele fronten wordt de lat laag, te laag, gesteld. Hoe relevant zijn deze doelen dan nog? We hebben er begrip voor dat je ambities moet bijstellen als je geen geld hebt. Maar moet juist dan de ambitie niet zijn: om mínder WWB instroom te hebben, in plaats van meer (zoals t college stelt), en om méér bestedingen in de binnenstad te krijgen in plaats van minder (zoals t college stelt). We begrijpen dat niet.

Het verbaast de ChristenUnie dat ook dit college het doel stelt om de tevredenheid van burgers over de bereikbaarheid te laten dalen van bijna een 7 naar een 6. Terwijl we intussen vele miljoenen  investeren in infrastructurele projecten.

We zullen er in de commissies met u over doorpraten.

Voorzitter, Hugo de Groot en Willem van Oranje mogen ons herinneren aan onze roeping om recht te doen, en om ruimte te laten voor verschil. Er staat hier vlakbij nog een standbeeld waar ik de aandacht op wil vestigen: Niet van die andere beroemde Delftenaar, en tijdgenoot van Hugo.  Maar van een van zijn kunstwerken: het beeld van het melkmeisje van Vermeer. Naar het schilderij dat Vermeer maakte van een dienstmeisje in een van de huishoudens uit zijn tijd. Laat dat beeld symbool staan voor een dienstbare samenleving, waarin we zorg dragen voor elkaar. En voor een dienstbare overheid die zorgt dat de samenleving tot bloei komt.

Voorzitter, we hebben een prachtige stad. En ik ben er trots op om er te wonen. Toen ik hier in 2003 kwam wonen genoot ik vooral van het mooie plaatje. De oude gebouwen, de grachten. Maar hoe langer ik hier woon, hoe meer ik geniet van onze Delftse samenleving. Alle mensen die ik heb leren kenen die zich inzetten voor een leefbare stad. Bij de voedselbank, in de verzorgingshuizen, in de Jessehof, bij the Mall, in de buurthuizen. Mensen die verantwoordleijkheid nemen voor de zorg voor elkaar. Omdat ze beseffen dat we van elkaar afhankelijk zijn. Delft, je zult er maar mogen wonen!

Voorzitter, ik rond af. We hebben een grote verantwoordelijkheid als raad en college. Als ChristenUnie weten we ons daarin niet alleen afhankelijk van elkaar, en van beslissingen uit het verleden. We weten ons afhankelijk van Hem die de geschiedenis, het heden en de toekomst in zijn hand heeft. Die intussen kleine mensen de verantwoordelijkheid geeft om voor de schepping en de naaste te zorgen. Een prachtige maar soms ook moeilijke verantwoordelijkheid. Ik wens en bid u en ons allen daarbij wijsheid en Gods zegen.

« Terug